L’homme armé

De verhouding van de mens tot oorlog, vrede en geloof verklankt 

L’homme, l’homme, l’homme armé, l’homme armé. 
L’homme armé doibt on doubter, doibt on doubter. 
On a fait partout crier, que chascun se viegne armer d’un haubregon de fer.

De melodie van bovenstaand strijdlied is een grote inspiratiebron geweest voor componisten door de eeuwen heen. Zij werd als cantus firmus (voor de kenner in dorische en mixolydische kerktoonladder) door meer dan veertig verschillende componisten gebruikt in de Latijnse mis en klinkt tot in de 21e eeuw door in moderne composities.

De herkomst van L’homme armé is zelfs vijf eeuwen later nog steeds onderwerp van discussie. Is het een verwijzing naar de aartsengel Michael, de naam van een populaire herberg in Dufay’s woonplaats en/of de nieuwe kruistocht tegen de Ottomaanse Turken? Het is zeker dat het lied voor het eerst verschijnt in bronnen omstreeks de val van Constantinopel na de belegering door de Turken.

Johannes Ockeghem was waarschijnlijk de eerste die de melodie in zijn relatief korte Missa L’homme armé verwerkte. De melodie van L’homme armé (in de mixolydische variant) komt terug als cantus firmus in diverse stemmen. Bij de opening van het Kyrie in de tenor-, van het Gloria in de alt- en van het Agnus Dei in de baspartij. De mis opent sonoor met een tuttipassage in het Kyrie. In het Gloria en Agnus Dei wordt deze sonoriteit afgewisseld met trio passages en in het Agnus Dei zelfs met duetten. Aan het slot van het Agnus Dei komen de zangers weer bij elkaar en sluiten ze samen af met een verlossend Dona nobis pacem.

De rode draad in het programma van vanmiddag vormen de misdelen van Ockeghem, die worden afgewisseld met improvisaties van Steven Kamperman en werken van Rudolf Mauersberger, Ton de Leeuw en Rudolf Escher.

Rudolf Mauersberger verloor tijdens het bombardement van Dresden 11 van zijn jonge koorzangers en verklankte de wanhoop die hij voelde pijnlijk treffend in zijn Wie liegt die Stadt so wüst. Hij was zelf lid van de NSDAP, waarschijnlijk met de intentie om de invloed van het nationaal socialisme op het Kreuzchor zo veel mogelijk te beperken.

Ton de Leeuw luisterde in de oorlog bij toeval naar een Arabische zender en raakte gefascineerd door de muziek van mensen die totaal anders leven, denken en voelen als wij. In Prière is het streven naar een evenwicht tussen westerse compositietechniek en oosterse filosofie geslaagd. Door grondig gebruik te maken van modaliteit en de herhaling van beperkt thematisch materiaal gaat er een meditatieve werking uit van het stuk.

Rudolf Escher verloor in 1940 zijn huis en werken die hij in zijn studietijd had gecomponeerd bij het bombardement van Rotterdam en werd vervolgens lid van de ondergrondse. Hij zette het poëtische pleidooi voor de wil tot vrede op muziek in zijn Le vrai visage de la paix, een indrukwekkende muzikale zetting van het gelijknamige gedicht van Paul Eluard, waarin hij de grenzen van vocale expressie verkent.